Waar ik vandaan kom

Bedankt voor je bezoek. Ik hoop dat je hier vindt wat je zoekt.

Mijn naam is Hans Kremer. Ik ben Nederlands, geboren in een dorp vlakbij Arnhem, in het oosten van Nederland, niet ver van Duitsland. Ik groeide daar op met mijn oudere broer en mijn ouders in een rustige buurt. Het was traditioneel bij ons thuis: mijn moeder runde ons huishouden, mijn vader begon als timmerman in de wegenbouw en werkte zich later op tot uitvoerder.

We waren een arbeidersgezin, en daar ben ik trots op. Mijn beide ouders verstonden hun vak. Mijn moeder hield thuis alles draaiende en kon wonderen verrichten met de bescheiden middelen die we hadden. Mijn vader kon met zijn handen maken wat hij in zijn hoofd bedacht.

Het was een liefdevol en stabiel thuis, en ik koester de vele goede herinneringen aan die tijd.

Er was geen ruimte voor aanstellerij, geen overdaad en geen sprake van de kantjes eraf lopen. Je lulde niet, je poetste, en je zorgde voor de mensen om je heen. Die waarden verlieten me niet toen ik het bedrijfsleven inrolde. Integendeel, ze werden belangrijker naarmate ik me verder bewoog van mijn startpunt. Ik heb ze nog steeds, en ik draag mijn ouders met me mee in alles wat ik doe.

Ze gaven me ook een springplank. Beiden hadden zelf alleen de lagere school doorlopen, dus ze konden me niet adviseren over wat er daarna zou komen. Mijn leraren wel. Zij adviseerden atheneum als vervolgopleiding, en mijn ouders volgden dat advies zonder aarzelen. Die beslissing heeft de loop van mijn leven beïnvloed.

Ik zal nooit vergeten waar ik vandaan kom.

De weg naar calisthenics

Ik was een jaar of zes toen ik mijn eerste buikspieroefeningen deed. Ze maakten deel uit van de warming-up routine in mijn judoles. Een goede vriend van me op de lagere school was naar een judoclub gegaan, en wat later ging ik ging daar ook heen. Ik herinner me dat we sit-ups deden in paren, met de voeten in elkaar gehaakt, en beenheffen waarbij een judo-maatje je voeten terugduwde.

In het begin kreeg ik een witte band, en op mijn dertiende had ik een bruine band verdiend. De voortgang voelde vanzelfsprekend. Totdat het stokte.

Andere jongens van mijn leeftijd veranderden lichamelijk. De puberteit deed zijn werk. Bij mij gebeurde dat niet, en dat was frustrerend. In judo telt techniek enorm, maar kracht ook. Ik kon de andere jongens van mijn leeftijd niet meer bijhouden. Ik verloor mijn interesse en stopte uiteindelijk op mijn zestiende. Tegen die tijd had de puberteit me ook ingehaald. Maar het was te laat voor judo.

Het was eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. De fitnessboom was op zijn hoogtepunt. Overal openden sportscholen hun deuren.

Arnold Schwarzenegger stond op tijdschriftcovers. Sterk worden was een cultureel fenomeen aan het worden, meer dan alleen sport. En op een dag besloot ik dat ik ook mee wilde doen.

De sportschool waar ik naartoe ging maakte deel uit van een dansstudio en judoclub. Er was een fatsoenlijke trainingsruimte met vrije gewichten en krachtmachines. Mijn toekomstplannen voor na de middelbare school kwamen niet uit, en had ik een tussenjaar. Ik vond werk in een nabijgelegen fabriek en werkte voornamelijk in de nachtdienst. Wanneer ik 's middags wakker werd, douchte ik snel, at ik iets en ging ik meteen terug om te trainen.

Na ongeveer een jaar besloot ik te gaan studeren. Ik werd aangenomen op een hogeschool en verhuisde kort daarna naar de stad en ging wonen in een studentenhuis. De stad lag vrij dichtbij mijn ouderlijk huis, en ik fietste regelmatig naar huis en bleef trainen.

Tijdens mijn militaire dienst trainde ik met mijn dienstmaten. Fitnessapparatuur was er op de meeste kazernes in overvloed. Na mijn terugkeer naar het burgerleven en de start van mijn loopbaan in het bedrijfsleven, bleef ik mijn trainingsgewoonte volhouden. Ik verhuisde meerdere keren en vond altijd wel een sportschool waar ik me thuis en welkom voelde.

Wanneer ik echter op reis was of op vakantie, kon ik mijn routine niet volhouden. Daar baalde ik van. Op een dag, tijdens een set bankdrukken, raakte ik bijna geblesseerd doordat ik geen spotter had. Ik had al een tijdje over calisthenics gelezen. Dat was het moment waarop ik besloot om over te stappen. Ik heb nooit meer omgekeken.

Wat ik doe voor de kost

In mijn middelbare schooltijd werkte ik 's zomers in de weg- en waterbouw. In een tussenjaar was ik fabrieksarbeider in een spuitgieterij. Tijdens mijn studie Logistiek, Materials en Supply Chain Management aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen maakte ik kantoorpanden schoon. Ik tapte bier op de Korenmarkt en later bij Papendal, het Nationaal Sportcentrum. Het was niet opzienbarend, maar op de werkvloer leerde ik iets fundamenteels: komen opdagen en leveren.

Daarna kwam de militaire dienst, als vuurregelingsofficier bij de Rijdende Artillerie. Dankzij een voorgaande stage bij DHL rolde ik vervolgens de supply chain wereld in, en dat liet me niet meer los.

De twintig jaar die volgden bracht ik door bij allerlei bedrijven en in verschillende sectoren, steeds in operations, planning of supply chain rollen. Vaak werd ik ingezet waar het misging, en zorgde ik ervoor dat het weer liep. Als APICS-instructeur trainde ik supply chain professionals van onder andere Nike, Heineken, Philips en ASML.

In 2010 richtte ik Inchainge mede op. De afgelopen vijftien jaar heb ik corporate academies helpen inrichten en trainingen gegeven met business simulaties zoals The Fresh Connection. Ik werkte samen met teams van onder meer Mars, AB InBev, MIT Center for Transportation and Logistics en de US Airforce. Regelmatig sprak ik op congressen. Het bracht me naar vijf continenten.

Door mijn werkzame leven loopt dezelfde rode draad als door HeartKore. Eerst de basis. Oefenen, oefenen, oefenen. Wees jezelf, doe wat je moet doen en de rest volgt vanzelf.

HeartKore

Ik ben meer een "taalmens" dan een "rekenmens", ook al heb ik professioneel altijd in bedrijfsrollen gezeten waar cijfers vaak belangrijker lijken dan al het andere. Ik leer en spreek graag vreemde talen. En als ik naar muziek luister, wil ik altijd weten waar de tekst over gaat.

Dat verklaart waarschijnlijk waarom de naam HeartKore in mijn hoofd opkwam. De manier waarop ik train is nuchter en no-nonsense. Het gaat erom dat je opdaagt en levert. In die zin is het best hardcore. Rond de tijd dat ik besloot mijn methode met de wereld te delen, begon ik na te denken over een naam.

Ik heb HeartKore niet als zakelijk idee bedacht en er daarna een methode omheen gebouwd. Ik trainde al twintig jaar op deze manier en gaf het toen pas een naam.

Het woord hardcore sprak me niet voldoende aan, het was te veel stoere kerel, te ééndimensionaal. En ook geen naam die ik als mijn eigen merk kon vastleggen. Ik wilde dat de naam meer betekenis, gevoel en drive uitstraalde. Het moest een overkoepelende naam zijn voor een trainingsfilosofie, hoe ambitieus dat ook klinkt. Ik besloot 'hard' te spellen als 'Heart' om dat uit te drukken. Het duurde niet lang voor ik zag dat door 'core' te spellen als 'Kore' de naam mijn initialen bevatte.

HYROX en fundracing

Sinds 2025 doe ik mee aan HYROX, een wereldwijde fitnesscompetitie die hardlopen combineert met functionele krachtstations.

Het format trekt atleten aan van alle leeftijden, en meedoen op je vijftigste of ouder is in HYROX allerminst ongewoon. Dat is precies één van de dingen die de competitie zo de moeite waard maken.

Ik doe mee als High Impact Athlete. Dat betekent dat mijn deelname fondsen werft voor goede doelen die me na aan het hart liggen, zoals Women's Empowerment en Mental Health. Ik doe tevens mee om geld op te halen voor KWF Kankerbestrijding. Het idee is simpel.

Ik race voor m'n plezier, en tegelijkertijd werf ik fondsen voor een goed doel. Oftewel, fundracing.

HYROX past naadloos bij de HeartKore filosofie. Geen specialisatie, maar brede, functionele fitheid. Geen excuses, wel discipline. En het bewijs dat leeftijd geen reden is om iets niet te proberen.